Wat betekent 11 juli voor ons?

auteur: N-VA Ronse

Lees hier de 11-juliboodschap van voorzitter Tijl Rommelaere en ondervoorzitter David Vandekerkhove.

De betekenis van 11 juli vandaag

Vandaag op 11 juli vieren we het feest van de Vlaamse gemeenschap. 11 juli verwijst naar de Guldensporenslag die in 1302 plaatsvond. Deze veldslag was een onverwachte wending in de oorlog tussen Frankrijk en het graafschap Vlaanderen. Ons beeld over dit historisch feit wordt sterk bepaald door de historische roman van Hendrik Conscience, ‘De Leeuw van Vlaanderen’. Er zijn tal van lezenswaardige historische werken die de aanloop, de veldslag en de ontwikkelingen uitgebreid beschrijven. Deze schetsen een beeld van de opstand in het graafschap Vlaanderen en plaatsen het in de historische context. 

11 juli is een moment bij uitstek waarop we terecht trots kunnen zijn op onze Vlaamse wortels. Het blijft een krachtig symbool voor de standvastigheid en de vaste wil om iets bijna onmogelijks te realiseren. Het vormt een onderdeel van onze identiteit. 

In welke mate kan een gebeurtenis van meer dan 700 jaar geleden vandaag nog een betekenis hebben?

(Zelf)bewuste Vlamingen

Vlaanderen bestaat en wij zijn (zelf)bewuste Vlamingen. Op de vraag naar ‘wie we zijn’ bestaat geen pasklaar antwoord. Het wordt bepaald door verschillende uiteenlopende aspecten: onze afkomst en waar we wonen, wat we doen, welke taal we spreken, welke godsdienst we beleven, welke studies of job we uitoefenen, voor welke voetbalploeg we supporteren, wat onze hobby’s zijn,... 

Deze aspecten construeren in een symbiotische en dynamische wisselwerking onze identiteit. Binnen deze complexe interactie kunnen we sommige aspecten kiezen of verwerven, terwijl andere een vaststaand gegeven zijn. 

Wij geloven in de ontwikkeling en de vrijheid van ieder individu en zien de mens als een sociaal wezen in continue interactie met anderen. Dat weerspiegelt zich in de familiebanden die we koesteren, de vriendengroepen die we onderhouden of de verenigingen waarin we ons engageren. In dat opzicht staat het individu nooit helemaal alleen op zichzelf en vormt het een schakel van de maatschappij. We geven een deel van onze vrijheid op om de samenleving te organiseren. Dit geeft ons rechten en creëert plichten. Door de rijkdom en complexe wisselwerking van de interacties wordt een samenleving zo meer dan de optelsom van de individuen.

Identiteit en verbondenheid

Een nationale identiteit vormt een onderdeel van het complexe kluwen van de diverse kenmerken die ons als persoon tekenen. We gaan er al langer niet meer vanuit dat het individu uitsluitend gevormd wordt door één onaantastbare nationale identiteit, noch dat de gemeenschap wordt gekenmerkt door homogeniteit. Een nationale identiteit is een sociale constructie van een groep individuen die elkaar niet kennen, maar desondanks de wil formuleren om een gemeenschap te vormen en daar eveneens deel willen van uitmaken. Men voelt zich met elkaar verbonden om samen een lotsgemeenschap te delen binnen eenzelfde democratische ruimte.  In die zin is identiteit geen doel op zich noch een finaliteit, maar een middel om het samenleven mogelijk te maken. 

Als dynamisch proces spiegelt het zich af tegen een geglobaliseerde wereld en iedereen draagt verantwoordelijkheid en zorg voor de wereld rondom. Hetmanifesteert zich in een solidariteit ten opzichte van diegenen die het minder goed hebben en kansen ontberen. De samenleving moet opportuniteiten creëren opdat iedereen zijn competenties en mogelijkheden optimaal kan uitspelen. Daartegenover koestert de maatschappij de verwachting dat kansen effectief worden gegrepen en mogelijkheden optimaal worden benut. De wens om zich in te schakelen in de Vlaamse samenleving is met andere woorden voorwaardelijk. Wie het Vlaamse burgerschap ambieert heeft rechten, maar ook plichten. Wie deel wil uitmaken van de Vlaamse gemeenschap draagt met andere woorden ook verantwoordelijkheid voor deze gemeenschap. De Vlaamse identiteit verwerven, biedt kansen en geeft je een sterkere positie in de samenleving.  Dit creëert de basis voor politieke betrokkenheid en democratische verwezenlijkingen. 

Wat bepaalt de Vlaamse identiteit? 

Wat maakt ons met andere woorden tot Vlaming? Het concept ‘Vlaming’ kan verschillend worden ingevuld. Het is geensinecure om de natie te definiëren. Afhankelijk van het uitgangspunt en het referentiekader geven we een andere invulling en betekenis. Een aantal factoren spelen een rol opdat een samenleving zich als een natie zal omschrijven: gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur, religie, politieke en maatschappelijke realiteit,… en tenslotte taal als één van de belangrijkste natievormende factoren. 

De Vlaamse natie bestaat en duidt op de samenleving van meer dan 6 miljoen Vlamingen die in Vlaanderen leven. De Vlamingen delen een democratische ruimte, waarbinnen een opinievorming wordt gecreëerd en samen een algemeen belang wordt gedefinieerd. Identiteit en democratie gaan zo hand in hand. Democratie is volkssoevereiniteit. Wij spreken over Vlaams burgerschap en benaderen dit vanuit een civiele invalshoek. Een Vlaming is diegene die zich conformeert naar de waarden en normen van de Vlaamse samenleving en daarmee te kennen geeft ertoe te willen behoren. Door zich hier te vestigen, aanvaarden we de afspraken om deze maatschappij te organiseren. Dit weerspiegelt openheid en dynamisme. Een Vlaming ben je niet door geboorte, maar door keuze. 

Wij verbinden het concept van een nationale identiteit aan een politieke visie voor de organisatie van de samenleving. Het legt als het ware de link tussen de natie als sociaal-culturele entiteit en de staat als politieke eenheid. 

De toekomst van Vlaanderen

11 juli gaat vaak samen met de toekomst die wij zien voor Vlaanderen. De politici van weleer hebben gekozen om de weg van de geleidelijkheid te bewandelen. Een bewuste keuze om het samenlevingsmodel stap voor stap en vreedzaam te hervormen. Zes staatshervormingen later stellen we vast dat onze staatsstructuur bijzonder complex en vergrendeld is. Het samenlevingsmodel balanceert op een wankel evenwicht van compromissen, het politiek haalbare en grendels om de democratische meerderheid uit te schakelen. De uitwerking getuigt niet van een visionair project of een inspirerende begeestering. Het proces van geven en toegeven bevat inherent de kiemen van de desintegratie. Moeilijk te ontwarren knopen worden vaak bevroren en vormen de voedingsbodem voor een volgende hervorming. Daarbovenop wordt de mythe gecultiveerd dat niet buiten het Belgische referentiekader kan worden gedacht.

De geleidelijkheid heeft een keerzijde. De compromissen leiden tot een ingewikkeld kluwen en het prijskaartje is bijzonder hoog. Tal van hete communautaire hangijzers geraken maar niet opgelost. Menig burger verliest de rode draad en haakt af bij het institutionele labyrint. Geen enkele staatshervorming heeft de Vlaamse ontvoogding kunnen finaliseren of temperen. In deze fase van de Vlaamse staatswording zijn geduld en doorzettingsvermogen de grootste uitdagingen. De twistpunten zijn zeer technisch en de mobilisatiekracht blijkt moeilijk.

Een zelfstandig Vlaanderen geeft de gemeenschap de mogelijkheden om autonoom beslissingen te nemen en beter te kunnen inspelen op de eigen specifieke noden. Voor ons zijn democratische en efficiënte structuren met een zelfstandig Vlaanderen als lidstaat van Europa het einddoel. Het Vlaanderen van de toekomst is geen geïsoleerd eiland. Daarom geloven we in een daadkrachtig Europa. In een geglobaliseerde wereld zijn er heel wat supranationale kwesties die niet door een staat alleen kunnen worden aangepakt. Daarom moet Vlaanderen een eigen stem hebben in de Europese Unie.

Ronse, het kind van de rekening?

Waar situeert Ronse zich in deze context? 

In de eerste helft van de 20ste eeuw is de taalgrens nog dynamisch en veranderlijk. Op basis van een talentelling kan het taalstatuut van de gemeente immers veranderen. Deze talentellingen verlopen echter nooit zonder slag of stoot. De massale boycotactie door de Vlaamse gemeenten tijdens de talentelling van 1957 is mede aanleiding voor het vastleggen van de taalgrens (1962) en de taalwet bestuurszaken (1963). De taalgrens baseert zich op het territorialiteitsbeginsel en sluit aan bij het principe: ‘streektaal = bestuurstaal’. Zo wordtde taalgrens grotendeels statisch en stabiel. Toch wordt dit ondergraven door de faciliteiten die in een aantal gemeenten met een significante taalminderheid worden ingevoerd. In totaal zijn er 27 gemeenten met een bijzonder taalstatuut: de 6 randgemeenten rond Brussel, 9 gemeenten gelegen in het Duitse taalgebied, 2 gemeenten uit het Malmédyse en 10 taalgrensgemeenten, waaronder Ronse. Dit uitzonderingsmechanisme doet geen afbreuk aan het eentalig karakter van het afgebakende taalgebied.

De faciliteiten maken de taalgrens poreus en geven demogelijkheid om de taalgrens steeds in vraag te stellen. Poreuze grenzen creëren onduidelijkheid, terwijl afgetekende grenzen cruciaal zijn om exclusieve territoriale bevoegdheden af te bakenen en conflicten te vermijden. 

De faciliteiten maken deel uit van het wankele evenwicht en pacificatie tussen de twee grote gemeenschappen. Ze raken als symbool aan de fundamenten van het huidige samenlevingsmodel. Het verwijderen van deze symbolische bouwsteen uit de constructie van compromissen brengt de hele constructie in gevaar.

Als faciliteitengemeente is Ronse het kind van de rekening. Wij ervaren vandaag de maatschappelijke en socio-economische gevolgen van de faciliteiten. Dit statuut ontzegt onze stad tal van kansen voor schaalvergroting en verdere ontwikkeling. Ze wegen zwaar door op de financiële en maatschappelijke draagkracht van Ronse. Wij zijn ervan overtuigd dat de faciliteiten het doel als integratiebevorderende maatregel totaal heeft gemist. Het is een instrument geworden om mensen te verdelen en kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt te ontzeggen. Ze ontnemen immers de motivatie om zich volwaardig in te schakelen in onze samenleving. In dat opzicht zijn de faciliteiten asociaal en contraproductief. De kennis van het Nederlands is nochtans noodzakelijk om zich in Vlaanderen te vestigen en te ontplooien. 

De huidige bestuursmeerderheid heeft daarom een motie gestemd met de uitdrukkelijke vraag om de taalfaciliteiten in Ronse af te schaffen. In de federale Kamer heeft de N-VA fractie een wetsvoorstel ingediend. Nu ligt de bal in het kamp van de andere Vlaamse partijen. Laat deze Vlaamse feestdag inspirerend zijn om onwrikbaar en volhardend de Vlaamse kaart te trekken en Ronse te bevrijden van de faciliteiten. 

De inhoud van deze pagina werd ingegeven door N-VA Ronse . N-VA Ronse draagt de verantwoordelijkheid voor de inhoud.